Vlaams ParlementCommissievergadering

Commissie voor Leefmilieu, Natuur, Ruimtelijke Ordeningen Onroerend Erfgoed van 4 juli 2013

Vraag om uitleg van de heer Peter Reekmans tot de heer Kris Peeters, ministerpresident van de Vlaamse Regering, Vlaams minister van Economie, Buitenlands Beleid, Landbouw en Plattelandsbeleid, en tot mevrouw Joke Schauvliege, Vlaams minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, over de luchthavenakkoorden 2008 en 2010 - 1652 (2012-2013)

De voorzitter: De heer Reekmans heeft het woord.

De heer Peter Reekmans: Voorzitter, minister, collega’s, de burgemeesters van Grimbergen, Meise, Vilvoorde en Wemmel, vier gemeenten uit de noordrand, vroegen in een recente open brief aan de bevoegde federale ministers en aan de Vlaamse minister-president dat de Federale Regering de luchthavenakkoorden uit 2008 en 2010 “eindelijk correct uitvoert”, meer specifiek dat de nachtelijke omleiding rond Brussel wordt afgeschaft. De betrokken burgemeesters wijzen erop dat de federale staatssecretaris voor Mobiliteit nog steeds de nachtelijke omleidingsroutes rond Brussel richting het baken van Huldenberg, ten zuidoosten van Brussel, niet heeft afgeschaft en geven aan dat het luchthavenakkoord er nochtans in voorzag dat er rechtstreekse routes zouden komen naar alle bestemmingen en dat dergelijke omleidingsroutes dus zouden worden afgeschaft. Volgens de vier burgemeesters is er ook nog geen spoor van de door de Vlaamse Regering gevraagde spreiding van routes, integendeel zelfs, naar verluidt werden in een officiële publicatie routes naar het westen samengevoegd met die naar het noordwesten, in plaats van ze te spreiden.

Minister, de vier burgemeesters uit de Noordrand vragen aan de Vlaamse en de Federale Regering dat de maatregelen van de luchthavenakkoorden van 2008 en 2010 correct, tegelijk en gelijkwaardig voor Vlamingen en Brusselaars worden uitgevoerd. Klopt hun analyse? Hoe evalueert u de open brief?

Ik had graag meer toelichting over de spreiding van routes en meer specifiek over de routes naar het westen die samengevoegd zouden zijn met die naar het noordwesten in plaats van ze te spreiden.

De luchthavenakkoorden kennen vijf principes: de veiligheid van het vliegverkeer moet prioritair zijn; de capaciteit van de luchthaven dient te worden gevrijwaard; omleidingsroutes moeten worden afgeschaft; er mogen geen concentraties van vluchten zijn boven dichtbevolkt gebied; de vliegroutes moeten vereenvoudigd worden. Hoe evalueert u vandaag de implementatie en naleving van deze principes? Was hierover recent nog overleg met de Federale Regering? Sinds enkele maanden neemt het vliegtuigverkeer over de Noordrand blijkbaar opnieuw toe. Wilt u onder andere naar aanleiding daarvan en gelet op de problematiek met betrekking tot de vijf principes, initiatief nemen tot nieuw overleg?

De voorzitter: Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Mevrouw Gwenny De Vroe: Mijnheer Reekmans, vorige week hebben wij in de commissie Economie over de luchthaven gesproken. Ik wil benadrukken dat er in de vorige legislatuur al heel wat geluidsbeperkende maatregelen zijn genomen. De nachtvluchten werden beperkt tot 16.000 slots; de geluidsquota voor de vliegtuigen tijdens de nacht zijn beperkt; er is het opstijgverbod tijdens de weekends – en dan vergeet ik misschien nog enkele maatregelen. Als Vlaams-Brabanders houden wij allemaal in het oog dat de geluidshinder zoveel mogelijk wordt beperkt. Maar wij mogen het belangrijke economische potentieel van de luchthaven van Zaventem zeker niet uit het oog verliezen. We moeten dat zeker verzekeren.

Ik heb vorige week in de commissie Economie ook al gezegd dat de luchthaven van Zaventem vroeger de tweede economische poort was en dat hij nu jammer genoeg is gedegradeerd naar de derde plaats. We moeten niet alleen de geluidshinder beperken, we moeten er ook voor zorgen dat de economische waarde van onze luchthaven behouden blijft.

Het moet de ambitie zijn om opnieuw de tweede economische poort te worden.

De voorzitter: Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Mevrouw Tine Eerlingen: Onze luchthaven moet economisch aantrekkelijk blijven. Maar we moeten de hinder die daarmee gepaard gaat zoveel mogelijk beperken. In het regeerakkoord staat dat er zo weinig mogelijk hinder moet zijn en dat die zo evenwichtig mogelijk moet worden gespreid. Er werd op federaal niveau een luchthavenakkoord afgesproken. De volledige uitvoering van dat akkoord zou nu eindelijk moeten gebeuren.

Daar liep het tot nu toe mank. De windnormen zijn wel gewijzigd. Daardoor hebben gebieden die vroeger geen hinder hadden, nu wel hinder.

Minister, ik heb u al een paar keer aangesproken over de 07-rechtdoor, die over Leuven zou voeren. Nu blijkt dat 10 procent van de vluchten over Leuven opstijgt. Volgens de windnormen zou dat veel minder moeten zijn. Ik krijg tegenwoordig redelijk veel klachten van mensen die denken dat Leuven vaker overvlogen wordt dan volgens de normen het geval zou mogen zijn. Minister, hoe zit het met de uitvoering van die 07-rechtdoor? Is daar schot in de zaak? Ik wil benadrukken dat het belangrijk is om alle routes in één keer te wijzigen. De Vlaamse Regering moet daar de druk sterk opvoeren. Ook de economische aantrekkelijkheid van de luchthaven komt in het gedrang door de boetes die uit Brussel komen. We kunnen daar op dit moment weinig aan doen. Maar daardoor zijn vliegtuigmaatschappijen steeds minder geneigd om op Zaventem te vliegen.

De voorzitter: De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum: Minister, collega’s, ik vind het nog sympathiek dat de N-VA het regeerakkoord hoog in het vaandel voert. Mevrouw Eerlingen, dat wordt, denk ik, geapprecieerd door de collega’s van uw meerderheid. (Opmerkingen van mevrouw Tine

Eerlingen)

Mevrouw Eerlingen, mijn excuses, ik kon het niet laten.

Vandaag blijkt hoe belangrijk, ook in deze, het pleidooi voor overleg met de federale overheid is. Nu blijkt dat die luchthavenakkoorden niet worden nageleefd. Mevrouw De Vroe verwees al naar het debat in de commissie Economie over de rol van de luchthaven. Toen heb ik gevraagd naar de stand van zaken rond de Vliegwet, de spreiding en dergelijke. Ministerpresident Peeters verwees toen onder meer naar de discussie van vandaag. Maar het laatste dat we hierover vanuit de Vlaamse Regering hebben mogen horen of lezen, is dat er een informeel overleg heeft plaatsgevonden met de bevoegde federale staatssecretaris en dat dit nog niet mocht leiden tot vooruitgang in de door Vlaanderen gewenste richting – dat is redelijk cryptisch omschreven.

Ik zou graag weten wat de stand van zaken is. Hoever staat het nu met de uitvoering van de aanbevelingen van de Vlaamse Regering?

De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege: Collega’s, jullie weten dat wij altijd voorstander zijn geweest van een evenwichtige en billijke spreiding van de geluidshinder die gepaard gaat met de uitbating van de luchthaven.

In 2010 werd een akkoord bereikt over de nieuwe vliegroutes. In het kader daarvan hebben wij moeten laten weten of dat voor ons aanvaardbaar was of niet. Het akkoord over de nieuwe vliegroutes was voor Vlaanderen alleen aanvaardbaar mits een aantal bijsturingen. De Vlaamse Regering heeft daarover op 23 juli 2010 uitdrukkelijk een eensgezind standpunt ingenomen en dat overgemaakt aan de Federale Regering. De Vlaamse Regering heeft ingestemd met het ontwerp van Vliegwet onder de uitdrukkelijke voorwaarde dat er een aantal bijkomende aanpassingen worden aangebracht in de vliegroutes boven de Noordrand.

Deze bijkomende voorwaarde is essentieel en is erop gericht om tot een evenwicht te komen in de geluidsbelasting tussen de Vlaamse Noordrand en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

In het federale regeerakkoord wordt uitdrukkelijk verwezen naar dit akkoord dat onder de vorige Federale Regering werd bereikt. In zijn beleidsnota kondigt staatssecretaris van Mobiliteit Wathelet aan dat hij de akkoorden volledig zal uitvoeren. Op 17 juli 2012 heeft hij op een persconferentie de progressieve invoering van een deel van de nieuwe vliegroutes

aangekondigd.

Voor de acties die daarna vanuit de Vlaamse Regering werden ondernomen, verwijs ik naar het antwoord op de vraag van de heer Van Rompuy vorig jaar. Minister-president Peeters heeft de Federale Regering nog eens aangesproken. Er zijn verschillende contacten geweest met staatssecretaris Wathelet.

Hoewel de introductie en inwerkingstelling van nieuwe vliegroutes noodzakelijkerwijze gefaseerd moeten verlopen, ziet de Vlaamse Regering de uitvoering van de federale akkoorden en de introductie van de nieuwe vliegroutes, inclusief onze gevraagde bijsturingen, als een totaalpakket en zal de implementatie ervan op de voet worden gevolgd.

Tot dusver werden nog maar enkele wijzigingen in vluchtroutes door Belgocontrol gepubliceerd in de Aeronautical Information Publication (AIP). Dit gebeurde in twee opeenvolgende publicaties. Een eerste aanpassing betreft de afschaffing van de Chabertroute tijdens de weekends met vertrek van baan 25 links (25L) en 25 rechtdoor (25R). De overeenstemmende vluchten moeten de kanaalroute over Brussel volgen. Dat was in die zin aangekondigd. De wijziging werd officieel gepubliceerd op 20 september 2012. De afschaffing van de Chabertroute is tot dusver de enige aanpassing in de vertrekroutes van baan 25R en heeft uitsluitend consequenties voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

De routes naar westelijke en noordwestelijke bakens waarvoor in 2010 de bijsturing door de Vlaamse Regering werd gevraagd, zijn nog steeds ongewijzigd. Ook de in de open brief aangehaalde omleidingsroutes naar het baken van Huldenberg, met belangrijke consequenties voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest omdat de overeenstemmende vluchten met zware vliegtuigen afgeleid worden naar de kanaalroute boven Brussel, zijn nog niet afgeschaft.

Een tweede groep van aanpassingen betreft de publicatie op 13 december 2012 van nieuwe vertrekprocedures voor vertrekken van baan 20. Deze specifieke aanpassingen werden doorgevoerd in uitvoering van de beslissing van de federale ministerraad van 22 februari 2010. De eerste aanpassing betreft: “Het nachtelijk gebruik van de dagroutes voor de opstijgingen vanaf baan 20 naar het zuidoosten en schrapping van de actuele nachtelijke routes PITES 3N en ROUSY 3N.” De tweede houdt in: “Herbepaling van de route naar CIV vertrekkende vanop baan 20 om overeen te komen met de bestaande route uit 2003.” Het derde punt is: “Gebruik van de nachtelijke routes (bocht op 700 voet) tijdens de dag voor vluchten vertrekkende vanop baan 20 naar het noorden wanneer baan 20 wordt gebruikt in ‘single runway operation’.”

Voor de Noordrand, ik heb een plannetje bij voor de geïnteresseerden, is de laatste wijziging van de routes van baan 20 naar de bakens van DENUT en HELEN van groot belang, hoewel deze vertrekroutes in het preferentieel baangebruiksschema, dat sinds 2009 van kracht is, minder frequent gevlogen worden. In haar beslissing van 23 juli 2010 heeft de Vlaamse Regering geen bijsturing gevraagd van deze routes en bijgevolg ingestemd met de ligging en de procedurele omschrijving ervan op dat ogenblik. In de nieuwe routebeschrijving van de route van baan 20 naar DENUT werd de DENUT-route naar het westen gedeeltelijk samengevoegd met de actuele HELEN-route naar het noordwesten. Wat in de open brief wordt aangehaald, is dus correct.

De principes van de luchthavenakkoorden liggen inderdaad aan de basis en vormden de leidraad bij het uitwerken van aanpassingen voor nieuwe vliegroutes, zoals voorgesteld door een federale werkgroep belast met het evalueren van de vliegroutes, en waartoe de federale ministerraad opdracht heeft gegeven. De voorstellen omvatten een totaalpakket van aanpassingen in de vliegroutes van de belangrijkste vertrekbanen: 25R, 25L, 20 en 07R. Tot dusver zijn nog niet alle voorgestelde aanpassingen doorgevoerd. De voorziene wijzigingen in de vertrekken van baan 25R, met een belangrijke impact op de verdeling van de geluidsbelasting over de Noordrand en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, moeten nog steeds worden ingevoerd. Het is dan ook voorbarig om nu al een evaluatie te maken van de implementatie en de naleving van de vijf genoemde principes die aan de basis liggen van de voorgestelde routewijzigingen, waarmee de Vlaamse Regering heeft ingestemd.

De eerste drie maanden van het jaar werden gekenmerkt door lange perioden van alternatief baangebruik met vertrekken van baan 07R, 07L en 02 en landingen op baan 02. Dit blijkt ook uit de resultaten van meetgegevens in de permanente meetstations van mijn administratie, beschikbaar tot en met de maand april 2013. De maandgemiddelde immissie neemt de eerste drie maanden van 2013 af in de meetstations gelegen in de Noordrand, terwijl de immissie significant toeneemt in de Oostrand in de meetstations die onder de invloed staan van omgekeerd baangebruik.

Vanaf april is er dan een stabilisatie en evolueren de waarden terug naar waarden die overeenkomen met het gemiddelde van 2012. Deze schommelingen zijn een gevolg van wijzigende meteorandvoorwaarden en zijn uitzonderlijk. Dit argument kan dus moeilijk aanvaard worden als vertrekbasis om te zeggen dat alle principes terug in vraag moeten worden gesteld.

Wij volgen dit wel heel goed op. We hebben de gegevens tot nu. We zien dat ze de eerste drie maanden abnormaal zijn, maar daarna worden ze weer gewoon. We blijven dit natuurlijk opvolgen en als we zouden zien dat de trend zich doorzet, dan zal er uiteraard actie worden ondernomen.

Samengevat, de federale overheid is de luchthavenakkoorden aan het uitvoeren. Wij bekijken alles met argusogen. We blijven in overleg, formeel en informeel, met de Federale Regering om te bekijken of de principes die wij eraan hebben toegevoegd, ook worden uitgevoerd, maar die uitvoering gebeurt stapsgewijs. Voor de rest blijven we monitoren met onze meetapparatuur om te zien of er geen abnormale zaken gebeuren.

Ik heb hier ook een kaartje met de verschillende vliegroutes mee. Het is misschien goed om dit rond te delen, zodat iedereen weet waarover het gaat als we spreken over 25R, 07R en 20 en 02.

De voorzitter: We zullen het kaartje laten kopiëren en aan de vraagsteller en interveniënten bezorgen.

De heer Reekmans heeft het woord.

De heer Peter Reekmans: Minister, één ding is me niet duidelijk in uw antwoord. Het alternatief baangebruik tijdens de eerste drie maanden was inderdaad abnormaal. Het is me nog altijd niet duidelijk hoe dat tot stand is gekomen en waarom. Ik vernam daar graag iets meer over, want het lijkt me een heel raar gegeven.

Het is inderdaad voorbarig om nu al besluiten te trekken. De federale werkgroep is er inderdaad mee bezig, maar ik denk dat de vier burgemeesters gelijk hebben en dat de luchthavenakkoorden, die al dateren van 2008 en van 2010, eindelijk eens gelijkwaardig en tegelijk voor Vlamingen en Brusselaars mogen worden uitgevoerd. Ook in dit dossier moet ik vaststellen dat Vlaanderen dringend iets meer initiatief moet nemen om tot resultaat te komen. Uiteindelijk komt het erop neer dat Vlaanderen steeds de dupe is en dat Brussel zo veel mogelijk gevrijwaard wordt. Ik heb de indruk dat er een spel wordt gespeeld. Als akkoorden van 2008 en 2010 anno 2013 nog niet correct kunnen worden uitgevoerd, dan hebben die burgemeesters volgens mij een punt.

Minister, u zult me antwoorden dat er een federale werkgroep is en dat alles daar gebeurt. Ik ben mij daar terdege van bewust, maar ik hoop echt dat we eindelijk eens naar een oplossing zullen gaan. De oplossing is er eigenlijk al, want de akkoorden zijn er, maar ze moeten worden uitgevoerd.

Ik kreeg vooral graag iets meer informatie over de eerste drie maanden, want het is voor mij echt niet duidelijk waarom.

De voorzitter: Mevrouw De Vroe heeft het woord.

Mevrouw Gwenny De Vroe: Minister, u wilt het plannetje laten kopiëren, maar de mensen uit Vlaams-Brabant kennen het plannetje van de luchthaven zelf wel al. Het zou interessanter zijn om ons het plan van de spreiding te geven waaruit blijkt wat effectief gebeurd is tijdens die drie maanden. (Opmerkingen van minister Joke Schauvliege)

Oké, dan is het goed, want het lijkt me interessant om echt een zicht te hebben op de

uitzonderlijke vliegbewegingen, zodat we mee kunnen opvolgen hoe alles op termijn

evolueert.

De voorzitter: Mevrouw Eerlingen heeft het woord.

Mevrouw Tine Eerlingen: Dit dossier is inderdaad moeilijk te volgen zonder plannetjes of

zonder papier.

Minister, ik heb de indruk dat Brussel zijn slag al heeft thuisgehaald door de wet-Chabert te

laten schrappen, want daar heeft het voordeel bij. Het is nu belangrijk dat er echt nogmaals op

tafel wordt geklopt zodat ook hier in Vlaanderen een aantal routes worden gewijzigd.

Ook ik kreeg graag meer toelichting bij het gegeven dat de routes de eerste drie maanden van

2013 anders liepen en dat dat uitzonderlijk was. Ook in april zou er nog een andere spreiding

geweest zijn. Ik heb hier een verslag van de Ombudsdienst. Bij een normale spreiding zou er

ongeveer 3 procent opstijgen via Leuven terwijl het in april nog altijd om 10 procent ging, en

dat is behoorlijk meer.

Hoe wordt dit eigenlijk opgevolgd? Er worden windnormen vastgelegd, maar regelmatig

wordt daar om de ene of de andere reden van afgeweken. Er is altijd wel een verklaring voor,

bijvoorbeeld dat de wind op hogere hoogte sterker was, maar die zaken vallen moeilijk te

controleren. Op welke manier wordt dit opgevolgd en wordt er gevolg gegeven aan

overtredingen?

De voorzitter: De heer Sanctorum heeft het woord.

De heer Hermes Sanctorum: Minister, ik heb twee vragen. De eerste gaat eerder over

federale bevoegdheden, maar misschien kunt u er toch iets meer over vertellen. We hebben

ook mogen vernemen dat er soms in tegengestelde richting aanpassingen gebeuren, waarbij

de ‘aeronautical information publication’ van Belgocontrol zelfs routes naar het westen

samenvoegde met routes naar het noordwesten. Dit werd dan ‘on hold’ gezet, onder meer

door de federale ministers, maar waar komt het exact vandaan? Wie beslist om die

aanpassingen door te voeren?

Het is me niet helemaal duidelijk wat onze stok achter de deur is. De luchthavenakkoorden

zijn natuurlijk federaal en de Vlaamse Regering heeft een aantal bijstellingen gedaan in

overleg met onder meer de mensen in de Noordrand. Wat gebeurt daar exact mee? De

uitvoering van het luchthavenakkoord laat op zich wachten. Het dateert al van 2008/2010.

Zijn de bijstellingen vanuit de Vlaamse Regering afdwingbaar of wordt daarmee gedaan wat

men wil?

De voorzitter: Minister Schauvliege heeft het woord.

Minister Joke Schauvliege: De eerste drie maanden van 2013 zijn heel uitzonderlijk

geweest, vooral wegens meteorologische omstandigheden. Er werd al verwezen naar de wind

waarmee rekening moet worden gehouden, dat is logisch. We zien ook aan onze

meetapparatuur dat de toestand de laatste weken beter is, maar we blijven dit opvolgen. Het is

niet zo dat een spelletje wordt gespeeld onder het mom van meteogegevens. U weet ook wel

dat de weersomstandigheden sinds begin dit jaar uitzonderlijk zijn. Zo heeft de wind altijd op

een andere manier dan normaal over onze contreien gewoed.

Het is niet voor niets dat wij die meetapparatuur hebben. We blijven dit goed monitoren. Als

we zien dat iets niet klopt, dan wordt er opgetreden.

Wat is nu de stok achter de deur? Dat is een terechte vraag. We hebben die Vliegwet onder

voorwaarden goedgekeurd. Normaal gezien moet men daar rekening mee houden. Indien dat

niet gebeurt, kunnen wij bijvoorbeeld in het meest extreme geval vaststellen dat er

milieuovertredingen zijn. Er kan dan een proces-verbaal worden opgesteld, wat op termijn

kan leiden tot het stilleggen van het vliegverkeer op Zaventem. Dat zijn natuurlijk wel

extreme stappen.

Wij hebben dus wel degelijk een stok achter de deur, maar wij willen deze instrumenten niet

zo maar gebruiken. Het is echter goed om weten dat wij die mogelijkheid hebben. We gaan er

echter van uit dat die luchthavenakkoorden worden uitgevoerd. Als dat niet zo is, dan zullen

wij op een bepaald moment effectief moeten optreden. Het is wel zo dat wij zien, horen en

voelen dat die federale werkgroep verder werkt. Er wordt gedacht in functie van het

aanpassen van die routes, ook op basis van de voorwaarden die wij hebben geformuleerd. Wij

gaan er nog altijd van uit dat dit gebeurt, maar wij blijven dit wel opvolgen. Het is dus niet zo

dat we ons met een kluitje in het riet laten sturen indien het niet zou gebeuren.

De voorzitter: De vraag om uitleg is afgehandeld.